Praten met je kind

Het helpt je kind als het weet wat er aan de hand is en wat hem te wachten staat. Het is dan minder bang en zal beter meewerken. Praten met je kind is niet makkelijk. De KanjerKetting en tips van andere ouders helpen je hierbij.

Eerlijk zijn

Door eerlijk te zijn kun je onzekerheden, angsten en fantasieën wegnemen. Al vertel je niets, je kind heeft al allerlei onderzoeken gehad en voelt gewoon dat er iets ergs aan de hand is. Het wordt onzeker en bang als het niets weet en niet mee mag denken.

Vertel je kind op een rustig moment, bij voorbeeld samen met de dokter, wat er aan de hand is en wat hem te wachten staat. Houd daarbij rekening met zijn leeftijd en ontwikkeling. Gebruik tijdens de behandeling de kralen van de KanjerKetting om het voor te bereiden op onderzoeken en behandelingen.

Ruimte voor emoties

Geef je kind ruimte om te praten over zijn gevoelens en stop die van jezelf niet weg. Je kind merkt hoe jij je voelt. Praat over jullie boosheid, angst en verdriet en laat gerust je tranen zien. Samen huilen lucht op.

Teamwerk

Geef je kind het gevoel dat het samen met jou en de behandelaars een team vormt. Dan zal het beter meewerken en de behandeling gemakkelijker ondergaan. Laat het (eenvoudige) beslissingen zelf nemen. Je kind groeit als je hem laat merken dat jullie het samen doen.

Tips voor jou en je kind

  • Lees onze brochure Praten met je kind(eren) (ook te bestellen via onze webwinkel.
  • Wees altijd open en eerlijk.
  • Houd rekening met de leeftijd, de ontwikkeling en het karakter van je kind.
  • Leg uit dat kanker en de behandeling geen straf zijn.
  • Maak duidelijk dat je kind altijd bij je terecht kan met vragen en verdriet.
  • Praten is goed, maar laat zich niet dwingen.
  • Vraag je kind gerust of het ergens mee zit.
  • Praten gebeurt niet altijd met (veel) woorden.
  • Stimuleer je kind zich te uiten door middel van spel, rollenspel, tekenen, schrijven of muziek.
  • Respecteer het als je kind liever met iemand anders praat.
  • Je kind mag huilen, verdrietig en boos zijn.
  • Toon gerust je emoties, ook als je kind erbij is.
  • Het opvoeden gaat door. Geef je kind daarom nooit de vrije hand en stel ook nu grenzen.
  • Laat je kind meebeslissen over eenvoudige dingen.
  • Je kind heeft net als jij goede en slechte dagen.
  • Zeg het gewoon als je het antwoord niet weet.
  • Stel je vragen en die van je kind aan het behandelend team en vraag hun hulp waar nodig.
  • Probeer zoveel mogelijk bij je kind te zijn. Als je weggaat, zeg dan wanneer je weer terug komt.
  • Beloof nooit iets wat je niet kunt waarmaken.

© VOKK 2017 – Built and powered by Onlinebase