Weerstand

Door de ziekte en de behandeling kan de weerstand van je kind –tijdelijk- verminderd zijn. Daardoor is het gevoeliger voor infecties en kan koorts krijgen. Om infecties te voorkomen raden we je aan bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen, denk hierbij aan hygiëne, voeding en sociale activiteiten.

De weerstand van je kind vermindert doordat de medicijnen niet alleen de kankercellen aanvallen maar ook de witte bloedcellen. Je kind is in aplasie als het aantal neutrofielen, bepaalde witte bloedcellen, lager is dan 0,5×109/L. Dan kan het ondersteunende medicijnen, zogenaamde selectieve darmdecontaminatie (SDD), nodig hebben.

Het is belangrijk te weten of je kind in aplasie is. Je kind is moe en ziet bleek. Heeft het ook koorts, dan is dat het teken van een infectie. Waarschuw altijd de behandelend arts.
Krijgt je kind een stamceltransplantatie van een donor, dan gelden er extra maatregelen. Deze hoor je van het ziekenhuis.

Algemene hygiëne

In het ziekenhuis gelden vrij strenge regels maar thuis is gewone hygiëne voldoende. Dat betekent goed handen wassen en mensen met een besmettelijke ziekte uit de weg gaan. Zorg ook voor een goede mondverzorging en voorkom daarmee blaasjes en wondjes. Je kunt je kind gewoon blijven knuffelen. En huisdieren en planten hoeven niet weg.

Lees meer in de DagboekAgenda onder Algemene leefregels en adviezen en in Beter (W)eten.

Voeding

Uw kind mag in principe alles eten, met uitzondering van:

  • (deels) rauw vlees of vleeswaren
  • (deels) rauwe vis
  • schimmelkaas, zachte of rauwmelkse kaas (smeerkaas mag wel)
  • softijs

Let bij je boodschappen op versheid, kwaliteit en de uiterste consumptiedatum (te gebruiken tot). Berg beperkt houdbare etenswaren meteen op in de koelkast. Bij het bereiden van eten zijn normale hygiënische maatregelen voldoende, dus goed handen wassen en dagelijks een schone vaatdoek.

School, sport en uitjes

Je kind mag gewoon naar school of kinderopvang. Dat is juist goed voor zijn ontwikkeling en contacten met vriendjes. Geef wel belangrijke informatie over de ziekte van je kind door aan school. Bekijk samen hoe je snel te weten komt of er ziektes heersen zodat je tijdig maatregelen kunt nemen.

Meedoen met schoolactiviteiten zoals gym, zwemmen en schoolreisjes mag. Ook uitjes naar toeristische attracties zijn toegestaan. Alleen wanneer je kind in aplasie is, moet het drukke openbare en slecht geventileerde ruimtes en openbaar vervoer mijden.

Je kind kan gewoon zwemmen in binnen-, buiten- en natuurbaden, ook met een Port-A-Cath (PAC) of Venous Access Port (VAP). Wel zijn warme bubbelbaden af te raden. Alleen als je kind in aplasie is of een centraal veneuze katheter (CVC) heeft, mag het niet zwemmen.

Inentingen

Tijdens chemotherapie mag je kind niet worden ingeënt met een levend vaccin. Het kan dan ernstig ziek worden en het is bovendien niet zeker of je kind voldoende antistoffen zal maken. Na het stoppen van de chemotherapie kan, in overleg met de arts, het inenten weer worden hervat.

© VOKK 2017 – Built and powered by Onlinebase