Onderzoeken

Om de precieze diagnose te kunnen stellen moet een kind diverse onderzoeken ondergaan. Ook tijdens en na de behandeling vindt regelmatig onderzoek plaats.

Anamnese

Aan de hand van vragen probeert de arts een indruk te krijgen van het verloop en de ernst van de ziekte.

Algemeen lichamelijk onderzoek

Naast het bepalen van lengte, gewicht, temperatuur en bloeddruk, worden de longen, buik, lever, milt en lymfeklieren en andere lichaamsdelen van je kind onderzocht.

Neurologisch onderzoek

De arts kijkt naar de reflexen van je kind, de bewegingspatronen van gezicht, armen en benen en het evenwicht. Door met een lampje in de ogen te kijken kan de arts een eventuele verhoogde druk in het hoofd snel opsporen.

Bloedonderzoek

Om bloed, lever en andere organen te beoordelen wordt er bloed geprikt. Dit kan uit de vinger of uit de arm. Een verdovende crème kan de pijn van de prik verminderen.

Lumbaalpunctie

Een ruggenprik geeft duidelijkheid over de eventuele uitbreiding van de ziekte in het vocht rond de hersenen en het ruggenmerg. Terwijl je kind met opgetrokken knieën op de zij ligt, wordt met een holle naald een beetje ruggenmergvocht uit de rug getapt. De puncties kunnen je kind angstig maken. Vraag aan de verpleegkundige of pedagogisch medewerker hoe je je kind kunt helpen en afleiden en overleg over een goede pijnstilling. Om het verloop van de ziekte goed te kunnen volgen blijven beenmerg- en lumbaalpuncties tijdens en soms ook na de behandeling noodzakelijk.

Beenmergpunctie

Een beenmergpunctie is nodig om een exacte diagnose te stellen of te kijken of er uitzaaiingen zijn. Met een holle naald wordt uit het bekken een beetje beenmerg gezogen. Je kind ligt daarbij meestal op de zij en het gebeurt doorgaans onder narcose.

Botboring

Tijdens een beenmergpunctie kan via hetzelfde prikgaatje ook een botboring worden gedaan waarbij met een andere holle naald een pijpje bot wordt weggehaald. Het verkregen materiaal wordt vervolgens op uitzaaiingen onderzocht.

Bloed, beenmerg- en ruggenmergvocht worden onder de microscoop op kankercellen onderzocht. Bij leukemie worden de cellen geteld en er wordt gekeken naar specifieke kenmerken. Ook wordt gekeken naar afwijkingen in de chromosomen.

Urineonderzoek

Bepaalde tumoren scheiden stoffen af die in de urine zijn terug te vinden. Daarom wordt de urine 24 uur verzameld. Heel jonge kinderen krijgen een urinekatheter of plaszakje.

Testisonderzoek

Sommige tumoren kunnen zich uitbreiden naar de geslachtorganen. Daarom worden de zaadballen (testikels) gecontroleerd. Door ze met houten kralen te vergelijken wordt de omvang vastgesteld en wordt gekeken of ze niet vergroot zijn.

Echografie

Met een echografie worden tumoren en eventuele uitzaaiingen opgespoord en de grootte en plaats bepaald. De arts smeert gel op de buik van je kind en wrijft er met een zendertje overheen. Door de weerkaatsing van geluidsgolven worden klieren en organen op een beeldscherm zichtbaar en op foto's vastgelegd. Ook kan de werking van het hart met een echo worden bepaald. Bij een echo van de buik mag je kind van tevoren niet plassen. In het filmpje Soni de Geluidsgolf wordt uitgelegd hoe een echo wordt gemaakt. Bekijk deze samen met je kind.

Röntgenfoto

Ook met röntgenfoto's kunnen tumoren en uitzaaiingen worden gevonden en plaats en grootte worden bepaald. In het filmpje Ray de Röntgenstraal wordt uitgelegd hoe röntgenfoto’s en CT-scans worden gemaakt. Bekijk dit samen met je kind.

Radioactieve scan

Met behulp van een radioactieve scan kan de activiteit van een tumor worden bepaald en kunnen uitzaaiingen in botten worden opgespoord. In de arm van je kind wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof gespoten. De radioactieve stof wordt opgenomen in tumorweefsel of uitzaaiingen. Na een paar uur wordt een scan gemaakt. Je kind komt op een beweegbare tafel te liggen die onder een groot apparaat doorschuift. Met behulp van een apparaat dat radioactieve straling waarneemt en een computer worden de botten van je kind nauwkeurig bekeken. Meestal wordt de scan na een en twee dagen herhaald. De radioactieve stof verdwijnt via de urine en de ontlasting. Het gaat om een geringe hoeveelheid radioactiviteit en je mag je kind gewoon vasthouden en verzorgen. Bekijk met je kind de filmpjes Lichtjes in je lichaam en Wil jij de dokter helpen? hoe het onderzoek werkt en wat je kunt doen.

MIBG-scan

Bij een neuroblastoom wordt vaak een MIBG-scan gemaakt om uitzaaiingen zichtbaar te maken. MIBG (meta-iodobenzylguanidine) is een radioactieve stof die door veel neuroblastomen makkelijk wordt opgenomen. Je kind krijgt medicijnen om de schildklier te beschermen en via een injectie in de arm wordt het radioactieve jodium toegediend. Na 24 en eventueel 48 uur worden er met een speciale camera foto's van het hele lichaam gemaakt. Je kind moet ongeveer een uur stil liggen. De hoeveelheid radioactiviteit is laag. Je mag je kind gewoon aanraken en vasthouden. De radioactieve stof verdwijnt via de urine en de ontlasting. Bekijk met je kind de filmpjes Lichtjes in je lichaam en Wil jij de dokter helpen? hoe het onderzoek werkt en wat je kunt doen.

CT-scan

Bij een CT-scan (computer-tomografie) wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen. Je kind komt op een beweegbare tafel te liggen en schuift langzaam door een groot apparaat. Telkens als de tafel een stukje doorschuift, wordt een serie foto's gemaakt. Je kind moet een tijdje stil liggen, maar minder lang dan bij een MRI. Omdat sommige kinderen niet zo lang stil kunnen liggen, krijgen ze soms een narcose of een roesje (sedatie). In het filmpje Ray de Röntgenstraal wordt uitgelegd hoe röntgenfoto’s en CT-scans worden gemaakt. Bekijk dit samen met je kind.

MRI-scan

Met een MRI (Magnetic Resonance Imaging) worden de tumor en de omliggende zachte weefsels en organen en eventuele uitzaaiingen vastgelegd met behulp van magnetische velden. Het apparaat maakt een tikkend lawaai. Je kind ligt in een koker en moet lang stil liggen. Omdat sommige kinderen niet zo lang stil kunnen liggen, krijgen ze soms een narcose of een roesje (sedatie).

Biopsie

Om precies te kunnen bepalen om welke tumorsoort het gaat, wordt onder narcose een klein stukje tumorweefsel (biopt) weggehaald. Het weefsel wordt bewerkt, onder de microscoop gelegd en door de patholoog-anatoom beoordeeld.

Verder onderzoek

Om te kunnen beoordelen wat het effect van ziekte en behandeling is op de ontwikkeling van het denk- en leervermogen van je kind, vindt soms neuropsychologisch onderzoek plaats. Er worden diverse vragenlijsten aan je voorgelegd en je kind krijgt een aantal testen waarin vooral naar functies als waarnemen, taal en denken wordt gekeken. Ook emotionele en sociale aspecten komen aan bod. Door het onderzoek regelmatig te herhalen kan men tijdig bijsturen en praktische tips en adviezen geven voor school en het dagelijks functioneren van je kind.

© VOKK 2017 – Built and powered by Onlinebase