Kanker bij kinderen

In ons land krijgen elk jaar 600 kinderen tussen 0 en 18 jaar een vorm van kanker. Dat zijn tien kinderen per week. Ondanks dat de overlevingskans voor kinderen met kanker de afgelopen decennia enorm is toegenomen - momenteel ruim 75% - sterft in Nederland om de 2-3 dagen een kind aan kanker. Na ongevallen is kanker nog steeds de meest voorkomende doodsoorzaak bij kinderen.

Er is een groot verschil tussen kanker op de kinderleeftijd en kanker bij volwassenen. De soort kanker is anders, de onderliggende biologie is anders en de behandeling en de genezingskansen zijn anders.

De verschillende vormen van kinderkanker komen 5-25 keer per jaar voor. Acute lymfatische leukemie is de meest voorkomende. Om de precieze diagnose te kunnen stellen moet een kind diverse onderzoeken ondergaan. Soms, als er aanwijzingen zijn voor erfelijke aanleg, wordt doorverwezen naar een klinisch geneticus voor erfelijkheidsonderzoek. De kans op erfelijke aanleg is overigens zeer klein.

De meest gangbare behandelingen zijn operatie, chemotherapie en radiotherapie. Vaak worden behandelingen gecombineerd. Nieuwe behandelingen zoals immunotherapie zijn in opkomst.

De behandeling is niet altijd succesvol en kinderen met kanker en hun gezin leven daardoor soms nog jaren in onzekerheid. De gevolgen voor het gezin van kinderkanker zijn groot.

Dankzij de verbeterde behandeling en zorg genezen gelukkig steeds meer kinderen van kanker. Maar daarmee komt ook de keerzijde in beeld: de late gevolgen van de ziekte en behandeling, zoals slechtziendheid, gehoorstoornissen, leerproblemen, groeistoornissen of onvruchtbaarheid.

© VOKK 2017 – Built and powered by Onlinebase