Ik heb kanker

Als je net gehoord hebt dat je kanker hebt, komt er veel op je af. Deze pagina is er speciaal voor jou, zodat je meer kunt lezen over wat kanker is en de onderzoeken en behandelingen die je krijgt. Als je nog vragen hebt, dan kun je ons altijd mailen of bellen.

Wat is kanker?

Je hele lichaam bestaat uit cellen: je huid uit huidcellen, je haren uit haarcellen, je bloed uit bloedcellen, je lever uit levercellen enz. De cellen zijn zo klein dat je ze met het blote oog niet kunt zien. Elke cel weet precies wat hij moet doen om je lichaam gezond te houden. Zo helpt een levercel om je eten te verwerken en vervoert een rode bloedcel zuurstof door je lichaam. Cellen worden snel oud en moeten dus worden vervangen. Dat doen ze door zich te splitsen. Een cel maakt dus eigenlijk een kopie van zichzelf. Bij kanker is er iets misgegaan met dat delen. De cel houdt niet meer op met delen. Hij blijft maar doorgaan. En de cellen die hij gemaakt heeft, blijven ook maar delen. Zo gaat dat bijvoorbeeld ook bij acute lymfatische leukemie, ook wel bloedkanker genoemd. Als je deze vorm van kanker hebt, gaat het mis met een bepaald soort witte bloedcellen, deze cellen noemen ze lymfocyten. Eén van deze cellen raakt de weg kwijt en gaat terwijl hij nog niet volgroeid is, ineens heel snel delen. Daardoor komen er zoveel jonge, verkeerde cellen (met een moeilijk woord ook wel blasten genoemd) dat er helemaal geen ruimte meer is voor de gezonde cellen.

Soms, als cellen zich zo vaak delen, ontstaat er een klompje cellen. Dat noemen we een tumor of gezwel, ook een vorm van kanker. Er zijn klompjes die keurig als klompje bij elkaar blijven zitten. Ze duwen tegen organen en weefsel aan en drukken ze aan de kant, maar groeien er niet doorheen. Dat zijn goedaardige tumoren. Het is geen kanker, hoewel een goedaardige tumor soms wel gevaarlijk kan zijn. Kwaadaardige tumoren blijven maar groeien en gaan soms door het lichaam zwerven naar een nieuwe plek waar ze verder groeien. Dan komen er uitzaaiingen.

Hoe kanker ontstaat, weten we nog steeds niet precies. Kanker heeft te maken met een fout in het DNA van een cel. DNA is het erfelijke materiaal dat in al onze cellen zit en dat bijvoorbeeld bepaalt welke kleur haar en ogen je hebt en hoe lang je wordt. Bekijk hier de amimatiefilm Paultje en de Draak over een jongen die kanker heeft.

Kun je kanker voorkomen?

Kanker bij kinderen ontstaat zomaar, daar kun je echt niets aan doen.

Kanker bij kinderen

Kanker komt niet heel vaak voor bij kinderen. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer zeshonderd kinderen tussen de 0 en 18 jaar kanker. Meestal is dat leukemie (bloedkanker) of zijn het hersentumoren. Gelukkig wordt 75% van de kinderen weer beter, dat is dus meer dan de helft.

Soorten kanker

Er zijn heel veel verschillende soorten kanker, wel meer dan honderd. Elke soort kanker wordt genoemd naar de plaats in het lichaam waar de eerste kankercel is ontstaan. Bij kinderen komen de volgende vormen voor:

  • Leukemie (bloedkanker) 25%
  • Hersentumoren 20%
  • Lymfeklierkanker (Hodgkin en non-Hodgkin-lymfoom) 11%
  • Niertumoren 5%
  • Neuroblastoom 5%
  • Bottumoren 7%
  • Tumoren van de weke delen 7%
  • Retinoblastoom 3%
  • Kiemceltumoren 3%

Hoe ontdekken ze dat je kanker hebt?

In het ziekenhuis gaan ze eerst allerlei onderzoeken doen. Als alle uitslagen daarvan bekend zijn, kan de dokter zeggen of je kanker hebt en welke vorm.

Welke onderzoeken zijn er?

Bloedonderzoek
De dokter of verpleegkundige prikt met een naald in je arm of hand en vult dan buisjes met wat bloed. Dat bloed wordt onder de microscoop onderzocht. Je krijgt vooraf een verdovende zalf zodat het geen pijn doet.

Beenmergpunctie
De dokter haalt met een holle naald een heel klein beetje beenmerg uit het binnenste, zachte gedeelte van je bot. Je krijgt dan gelukkig een verdoving zodat je er niks van voelt.

Lumbaalpunctie
De dokter zuigt met een dunne naald wat vocht op dat om je ruggenwervels zit. Je krijgt vooraf een verdoving zodat je het niet voelt.

Röntgenfoto
Met behulp van stralen wordt er een foto gemaakt van je botten of je longen. Het maken van een röntgenfoto doet geen pijn.
Bekijk het filmpje Ray de Röntgenstraal hoe een röntgenfoto wordt gemaakt.

CT-scan
Met een CT-scan (computed tomography) worden ook foto’s gemaakt met behulp van stralen. Het is een groot apparaat met een ring en daarin een röntgencamera. De camera draait heel snel rond en kan zo foto’s maken van meerdere kanten. Je ligt plat op een beweegbare tafel en schuift langzaam door het apparaat. Telkens als je doorschuift, wordt er een serie foto’s gemaakt. Omdat je stil moet liggen, krijg je soms een narcose of een roesje. Het onderzoek doet geen pijn.
Bekijk het filmpje Ray de Röntgenstraal waarin ook wordt uitgelegd hoe een CT-scan wordt gemaakt. Soms wordt bij een CT-scan contrastvloeistof gebruikt. In het filmpje Lichtjes in je lichaam wordt verteld hoe contrastvloeistof werkt.

Echografie
Met echografie, ook wel echoscopie genoemd, kan de dokter organen bekijken. Het werkt met geluidsgolven. Je krijgt een beetje gel op de plek waar de dokter wil kijken en daarna een apparaatje. Het doet geen pijn. Echoscopie wordt ook gebruikt als ze een baby in de buik willen bekijken, om te zien of de baby goed groeit. Bekijk het filmpje Soni de Geluidsgolf waarin uitgelegd wordt hoe een echo wordt gemaakt.

Echocardiogram
Met een echocardiogram kan de dokter je hart bekijken. Het doet geen pijn. Het is als een echoscopie, alleen kijken ze nu naar je hart en of die goed pompt. Sommige medicijnen tegen kanker kunnen hartproblemen geven.

MRI-scan
Met een MRI-scan (magnetic resonance imaging) worden heel veel foto's van je lichaam gemaakt. Je ligt plat op een speciaal bed dat in een hele grote ring (magneet) wordt geschoven. De machine zit vast aan een computer waarop dwarsdoorsnedes van je lichaam zichtbaar worden. Het onderzoek doet geen pijn, maar het apparaat maakt een hoop lawaai. Soms wordt bij een MRI-scan contrastvloeistof gebruikt. Bekijk het filmpje Lichtjes in je lichaam waarin uitgelegd wordt hoe contrastvloeistof werkt.

Biopt
Met een naald of een operatie haalt de dokter een stukje uit de tumor. Natuurlijk krijg je eerst een verdoving.

Weefselonderzoek
In het laboratorium worden de cellen en weefsels onder de microscoop onderzocht.

Gehoortest
Sommige medicijnen tegen kanker kunnen ervoor zorgen dat je minder goed kunt horen. Je krijgt voordat je met de medicijnen begint een audiogram of gehoortest en ook als je klaar bent met de medicijnen. Zo kan de dokter goed bepalen of je gehoor minder is geworden door de medicijnen. Het doet geen pijn en duurt niet lang.

Urineonderzoek
Als je neuroblastoomkanker hebt, maakt het neuroblastoom bepaalde stoffen aan die in de urine (plas) terug te vinden zijn. De plas wordt dan gedurende 24 uur opgevangen en onderzocht. Urine wordt ook onderzocht om te kijken of je een infectie of een ander probleem hebt. Soms wordt ook op een kaart bijgehouden hoeveel je plast en drinkt. Dit heet vochtbalans. Hieraan kun je goed zien of de hoeveelheid die je drinkt en wat je weer uit plast, in balans zijn.

Wat doet de dokter als je kanker hebt?

De dokter heeft drie manieren om de kanker te behandelen.

Medicijnen (chemotherapie)
Je krijgt medicijnen die ervoor zorgen dat je cellen ophouden met delen (cytostatica of ook chemotherapie genoemd). De medicijnen gaan via je bloed op zoek naar de kankercellen en vernietigen ze. Je krijgt de medicijnen als tabletten of door een injectie (prik) of infuus (via een slangetje in je bloedvat). In het verhaal Chemo-Kasper kun je zien hoe dat gaat. Chemo-Kasper is ook als boekje te bestellen. De dokter weet precies welke medicijnen je nodig hebt en hoe vaak.

Opereren (chirurgie)
Als je een tumor hebt, moet je hoogstwaarschijnlijk geopereerd worden. Als het lukt de tumor helemaal weg te halen en als er geen uitzaaiingen zijn, dan is de kans op genezing groot. Meestal krijg je ook nog medicijnen of moet je bestraald worden. In het verhaal over Prinses Lucie kun je daar meer over lezen.

Bestralen (radiotherapie)
De dokter probeert met sterke stralen de kankercellen te vernietigen. Dat heet radiotherapie. Bestraling wordt vaak samen met andere behandelingen gegeven. Een bestraling duurt maar een paar minuten, maar je moet een heleboel keer terugkomen. Soms wel vijf keer per week. Het kan wel zes weken duren om alle bestraling te krijgen die je nodig hebt. Omdat de stralen precies op de goede plek moeten komen, moet je heel stil liggen. Kleine kinderen krijgen daarom vaak een beetje verdoving, dan gaat het stil liggen makkelijker. Bestralen doet geen pijn, maar waar de straal je lichaam binnendringt, kan je huid een beetje rood en pijnlijk worden. Hoe bestralen werkt, kun je lezen in het boekje Radio Robbie.

KanjerKetting

De behandeling van kinderkanker duurt lang en is zwaar. Met de KanjerKetting die wij ontwikkeld hebben, willen we je door deze zware periode heen helpen. De KanjerKetting bestaat uit kralen. Elke kraal staat voor een bepaalde behandeling, onderzoek of gebeurtenis. Zo zijn er kralen voor een chemokuur, bestraling, prikken, een scan, een lumbaalpunctie, haarverlies, een supergoede dag, een vreselijke rotdag, een operatie, verblijf op de intensive care enz. De kralen krijg je in het ziekenhuis. Door deze kralen aan een ketting te rijgen, vertelt de KanjerKetting jouw verhaal en kun je aan de hand van de ketting aan anderen vertellen wat je allemaal hebt meegemaakt. Wil je meer weten over de KanjerKetting, welke kralen er allemaal zijn en hoe ze er uitzien, kijk dan op de website van de KanjerKetting.

Verdere uitleg

Bijwerkingen
Als je voor kanker wordt behandeld, kun je allerlei klachten krijgen die niet door de kanker komen maar door de behandeling. Die noemen we bijwerkingen.

Bloedcellen
Bloedcellen worden gemaakt in het beenmerg dat in je botten zit. Er komen steeds nieuwe bloedcellen bij. Chemotherapie en bestraling doden niet alleen de kankercellen maar ook bloedcellen. Daarom doet de dokter regelmatig bloedonderzoek. Hij kijkt dan hoeveel rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen je nog hebt.

Te weinig rode bloedcellen
Rode bloedcellen brengen zuurstof naar de cellen en organen in je lichaam. Het is belangrijk dat je er voldoende hebt. Als je weinig rode bloedcellen hebt, voel je je slap en moe. Je ziet wat wit en raakt snel buiten adem. Soms is een bloedtransfusie nodig. Je krijgt dan bloed van iemand anders via een infuus (een slangetje in een bloedvat). Dit gaat druppel voor druppel en duurt een paar uur. Zo kan je lichaam het bloed goed opnemen.

Te weinig witte bloedcellen
Witte bloedcellen helpen infecties te bestrijden. Als je te weinig witte bloedcellen hebt, krijg je sneller een infectie. Infecties kunnen overal in je lichaam voorkomen, maar vooral waar bacteriën je lichaam binnenkomen. Dus je mond, je plasser, je ogen, je neus of je longen. Kinderen met kanker kunnen het beste uit de buurt blijven van mensen die ziek zijn. En natuurlijk moet je net als ieder ander goed je handen wassen voor het eten en nadat je naar de wc bent geweest. Als je een infectie hebt, krijg je meestal koorts. Je temperatuur is dan boven de 38 graden Celsius. Je kunt een zere keel hebben, diarree of buikpijn of pijn bij het plassen. Je voelt je rillerig, koud, moe of slap en niet lekker. Kinderen met kanker die zich niet lekker voelen, hebben soms medicijnen nodig (antibiotica) die de witte bloedcellen helpen de infectie te bestrijden.

Te weinig bloedplaatjes
Bloedplaatjes zorgen ervoor dat je ophoudt met bloeden als je een snee of schram hebt. Als je te weinig bloedplaatjes hebt, duurt het langer voordat het bloeden stopt. Als er erg weinig bloedplaatjes zijn, geeft de dokter soms een transfusie, maar meestal herstellen de bloedplaatjes zich vanzelf.

Zere mond
Door de chemotherapie kun je ook een zere mond krijgen omdat de slijmvliezen in je mond kapot gaan. Goed tandenpoetsen met een zachte tandenborstel helpt. Als je mond erg veel pijn doet, heeft de dokter daar een medicijn voor die ervoor zorgt dat je minder pijn hebt.

Diarree
Kinderen met kanker hebben vaak dunne poep (diarree) door alle medicijnen. Soms geeft de dokter een medicijn. Verder is veel drinken en handen wassen belangrijk.

Obstipatie
Obstipatie betekent verstopping. Je darmen werken dan een beetje trager. Je poep is hard, je hebt erge buikpijn en naar de wc gaan doet pijn. Soms bloedt het zelfs een beetje. Sommige kinderen met kanker krijgen medicijnen waarvan hun darmen verstopt raken. Andere medicijnen kunnen helpen de verstopping te voorkomen en beter te maken.

Misselijkheid
Veel kinderen met kanker worden door de chemotherapie en bestraling misselijk. Ze voelen zich beroerd, soms ook een beetje duizelig, slap, gaan zweten en ze moeten overgeven. De dokter kan medicijnen geven tegen de misselijkheid.

Gewichtsverlies
Kinderen met kanker vallen vaak af. Dat komt omdat de kankercellen naast de foute cellen, ook belangrijke bouwstoffen opeten, zoals eiwitten, suiker en vet. Om de kanker te bestrijden zijn er eigenlijk extra bouwstoffen nodig. Gezonde kinderen gaan meer eten als ze meer energie nodig hebben. Maar kinderen die kanker hebben, voelen zich door alle medicijnen vaak niet lekker en misselijk waardoor ze moeten overgeven en geen zin in eten hebben. De reserves waardoor ze kunnen groeien, raken op. Als je daar last van hebt, krijg je sondevoeding. Dat is speciale, vloeibare voeding die via een slangetje door de neus rechtstreeks in je maag komt.

Haaruitval
Een vervelende bijwerking van chemotherapie is dat je haar uitvalt. Dit gebeurt niet bij elke behandeling, maar wel bij bepaalde soorten chemo. De dokter zal je van tevoren vertellen of dat bij jou ook kan gebeuren. Niet alleen het haar op je hoofd kan uitvallen, maar ook je wimpers en wenkbrauwen. Gelukkig zijn er allerlei leuke mutsen en pruiken te krijgen. Klik hier voor meer informatie over het boek ‘Kale prinsesje’ en hoe je het kunt bestellen.

Steroïden
Veel kinderen met kanker krijgen steroïden, dat zijn bepaalde medicijnen, zoals Prednison of Dexamethason. Deze medicijnen hebben erg nare bijwerkingen. Je wordt er dik van, slaapt slechter en je kan er ook chagrijnig, moe, verdrietig of boos van worden. Het is echt een heel vervelend medicijn, maar wel nodig.

Verdoving
Om te zorgen dat je minder pijn voelt bij prikken en onderzoeken, krijg je meestal een verdoving. Dat kan op één plek (lokaal) of volledig (narcose). Bij een lokale verdoving wordt met zalf of een prikje de plek gevoelloos gemaakt. Bij een narcose val je in slaap en voel je niets. Een narcose gaat via een kapje voor je mond of een infuus.

Wanneer ben je beter?

Na alle behandelingen knap je langzaam weer op. Als je langer dan vijf jaar geen kanker meer hebt, dan ben je beter. Maar ook na die vijf jaar moet je vaak naar het ziekenhuis voor controle, omdat er door de behandelingen schade kan ontstaan die pas later duidelijk wordt, zoals groeiproblemen of doofheid.

Wil je meer weten over kinderkanker, ga dan naar kanker bij kinderen. Hier vind je informatie over verschillende vormen van kinderkanker, onderzoek, behandeling en gevolgen. Bedenk wel dat deze informatie niet speciaal voor kinderen geschreven is.

Vragen

Is kanker besmettelijk?
Nee, kanker is niet besmettelijk. Van een hand geven of zoenen kun je geen kanker krijgen.

Kun je kanker erven van je vader of moeder?
Heel soms, maar meestal niet.

Komt kanker alleen bij mensen voor?
Nee, kanker komt ook bij dieren voor en bij planten (bomen hebben vaak kanker).

Hoeveel soorten kanker zijn er?
Er zijn meer dan honderd verschillende soorten kanker. Elke soort kanker wordt genoemd naar de plaats in het lichaam waar de eerste kankercel is ontstaan.

Wanneer is een goedaardige tumor gevaarlijk?
Als de tumor in de hersenen zit, kan deze gevaarlijk zijn. Je schedel is heel hard en de hersenen zitten daarin. Als ze aan de kant worden geduwd door een tumor, komen ze in de verdrukking.

Ga je altijd dood aan kanker?
Nee. Kanker is een ernstige ziekte, maar er worden gelukkig steeds meer mensen beter. Van de kinderen zelfs meer dan 75%!

Wanneer ben je beter?
Als je meer dan vijf jaar nadat je voor kanker bent behandeld geen kanker meer hebt, ben je beter. Je moet nog wel regelmatig naar het ziekenhuis voor controle.

Moet je de hele dag op bed liggen als je kanker hebt?
Als je behandeld wordt, lig je soms in bed. Want als je je niet lekker voelt, is dat gewoon fijner. Je kunt soms echt heel ziek zijn. Maar als je je goed voelt, kun je gewoon naar school en buiten spelen. En leuke dingen doen, zoals op vakantie.

Mag je naar school als je kanker hebt?
Ja, als het maar even kan, mag je gewoon naar school. Als het niet gaat of niet mag van de dokter, kun je via de computer contact houden met je klasgenoten of via internet lessen volgen.

Kun je op vakantie als je kanker hebt?
Ja, met je familie of met andere kinderen. Wij organiseren speciale kampen voor kinderen met kanker.

© VOKK 2019 – Built and powered by Onlinebase